Tagarchief: verhaal

Haar verhaal?

Ik ben A Sport and a Pastime van James Salter aan het lezen en beleef er weinig plezier aan. Niet dat ik vind dat het lezen van romans alleen maar een gemakkelijke of bevestigende ervaring moet zijn, eerder het omgekeerde. Verontrustende boeken als Disgrace van Coetzee of Reis naar het einde van de nacht van Céline, heb ik met plezier gelezen, juist omdat zo’n boek mijn wereld een beetje uit het lood slaat, op een zere plek drukt, me iets laat zien.

A Sport and a Pastime vind ik gewoon saai. Salter wordt regelmatig geroemd om zijn formuleringen en de krachtige manier waarop hij een sfeer oproept. Dat zie ik ook, en dat maakt dat ik A Sport and a Pastime zal uitlezen.

Hier is een voorbeeld, over een jonge ober die verliefd is, maar niks durft te ondernemen (en natuurlijk over de verteller zelf): ‘But the young waiter, how well I know him. He saves his money. His clothes are neat. He walks quietly through town, his eyes lowered. Sometimes at night he stands in the crowd. He sees her smile and his heart falls out of him.‘ Op zich sterke details waarmee hij deze jongen schetst, maar dat laatste hoofdzinnetje vind ik geschmier. Het is te zwaar aangezet. Als stilist wordt Salter wel vergeleken met Hemingway, maar ik prefereer het origineel.

A Sport and a Pastime gaat over een jonge Amerikaan die een seksuele relatie heeft met een nog jongere Française. Ze rijden rond in een dure auto die hij heeft geleend en hebben seks in hotelkamers. Dat alles wordt verteld door een vriend van de Amerikaan, die in het midden laat of hij het hele verhaal verzint.

De lezer beleeft de relatie uit het perspectief van de man en het probleem is dat ik dat verhaal veel te goed ken. Het verlangen om vrij rond te toeren met een vrouw met wie je de hele tijd seks hebt; het fantaseren over wat je allemaal met haar zou willen doen; het uitproberen van wat je hebt bedacht. Het is cliché gestapeld op cliché. Zelfs vergeleken bij mijn eigen weinig spectulaire jongemannenjaren, is het bestaan van deze jonge Amerikaan saai.

Ongetwijfeld heeft Salter hem bewust plat gehouden, hij is de plaatsvervanger van de verteller (die het zelf niet met een vrouw durft aan te leggen) en het equivalent van de anonieme pik in een pornofilm. (Er wordt veel seks beschreven in het boek. Gelukkig is Salter zo verstandig dat kort en to the point te doen.)

Met alleen platte personages krijg je een saai verhaal. De Française krijgt in het boek nog minder ruimte, en wat je van haar krijgt, komt via twee mannen, haar Amerikaanse minnaar en diens vriend (nog los van de auteur zelf). Wat drijft haar? Ze weet dat dit een eindige relatie is, maar dat wil ze niet. Ook lijkt ze niet bepaald overdonderd door de charmes van haar minnaar. What’s in it for her? Wat wil ze, waardoor wordt ze gedreven? Ik had meer plezier beleefd aan het lezen van haar verhaal.

Voor de duizendste keer in mijn leven

Een verhaal is iets anders dan een anekdote.

In 1935 schreef Hemingway een monografie over stierenvechten, Death in the Afternoon. Verstopt in dat boek zit een kernachtig kort verhaal, vermomd als anekdote. Maar als je goed kijkt, zitten er verschillende dingen in die het daarbovenuit heffen en er een echt verhaal van maken.

In de arena is een stierenvechter gedood, en Hemingway heeft dat gezien. ‘I made the mistake of telling my son about it. … I hadn’t said he was killed – only hurt; I’d that much sense, although it was not much.

Wat Hemingway hier vertelt gaat niet alleen over wat hij heeft gezien, maar ook over iets wat hij zelf heeft gedaan, en waarmee hij zich in de nesten werkt. Dat maakt het groter dan alleen de gebeurtenis waarover hij vertelt: het zegt iets over wat het is om een mens te zijn, over de onhandigheid waarmee ons stuntelen door het leven gepaard gaat.

Then somebody came in the room, Sidney Franklin I think it was, and said in Spanish, ‘He’s dead.’

‘You didn’t say he was dead,’ the boy said.

‘I didn’t know for sure.’

Anders dan in de meeste anekdotes, maar typisch voor een verhaal: de onhandigheid, de misstap, komt als een boomerang terug. Hemingways initiële leugentje om bestwil, dat bijna de boel leek te redden, werkt niet, het verhaal laat hem er niet mee wegkomen.

‘I don’t like it that he’s dead,’ the boy said.

Zinnen als die hierboven tillen deze vertelling verder boven het anekdotische uit. Deze zin is een beredeneerde combinatie van eenvoud en volledigheid: de opgeruimde toon, de directe woordkeus maken verdere toelichting op de emoties en het karakter van de jongen overbodig. In één zin weten we meer over hem dan een hele keten van gebeurtenissen ons had kunnen vertellen. Vintage Hemingway, zulke zinnen.

The next day he said, ‘I can’t stop thinking about that man who was killed…’

‘Don’t think about it,’ I said, whishing for the thousandth time in my life that I could wipe out words that I’d said. ‘It’s silly to think about that.’

Dit is voor mij de klap op de vuurpijl; het zijn zinnen als hierboven die een groot schrijver onderscheiden van een middelmatige. Het is het vermogen om méér van een zin te maken, hier met de gedachte ‘wishing for the thousandth time in my life that I could wipe out words that I’d said’ – Hemingway had het ook kunnen laten bij de wens dat hij deze woorden niet had gezegd, maar door de toevoeging dat hij dat voor de duizendste keer in zijn leven wenst, geeft deze zin ons een blik op heel dat leven, op een heel mens, en niet enkel op één situatie.

Het is overigens een verhaal met een happy end. Hemingways echtgenote leest hardop voor uit een boek waarin veel doden vallen. Om hun zoon niet verder te verontrusten, gebruikt ze als codewoord ‘umpty-umped’ wanneer er iemand wordt gedood, gewurgd, neergeschoten enzovoort.

… soon the comic of umpty-umped so appealed to the little boy that when he said, ‘You know the one who was umpty-umped …? I don’t think about him now,’ I knew it was all right.’