Tagarchief: The Goldfinch

Comfort literature

Soms vraag ik me af waar ik het voor doe. Niet het schrijven zelf, romans schrijf ik omdat ik dat graag wil, daar heb ik me al lang geleden bij neergelegd, ook toen ze nog niet uitgegeven werden. Maar dat uitgeven – wat heeft een ander eraan om mijn verhalen te lezen? Wat doet nóg een roman ertoe tussen al die boeken die er al zijn?

Dodelijke gedachten natuurlijk, maar van twijfel, uitdaging en onzekerheid wordt het werk alleen maar beter. De dag dat ik iets doe waarvan ik van tevoren zeker weet dat het me lukt en dat het een succes wordt, is de dag dat ik in mijn graf lig.

Meestal bekruipen die vragen over de zin van literatuur me als de wereld op zijn kop staat. Wat doet literatuur ertoe als er mensen verdrinken op zoek naar een beter bestaan, als er mensen gedood worden bij aanslagen of bombardementen, als wereldleiders alleen aan zichzelf denken en niet aan de wereld? Niets, schreef ik daarover op dit blog, en Literair weerwoord. Zonder kunst geen menselijkheid. Zo formuleerde ik voor mezelf een algemeen en wat abstract antwoord.

En dan krijg je ineens van een ander een veel persoonlijker en misschien veel beter antwoord. Troost. Niet de troost van oplossingen voor problemen, niet de troost van een betere wereld, maar de troost van een arm om je heen, van een deken op de bank, van een bord van je lekkerste eten. Degene die me dit liet zien, zat dagen achtereen verstopt in Donna Tartts The Goldfinch. Weg van verlies, weg van verdriet, al is het maar gedurende een aantal bladzijden. En The Goldfinch heeft er 864, een flinke bak troost.

Het is vast niet de enige reden waarom ik mijn romans de wereld in wil hebben, maar het idee dat er ergens lezers zullen zijn die zo in mijn verhaal kunnen kruipen, is een erg prettige gedachte.