Tagarchief: Ongebaande paden

Leunstoelreizigersromantiek

Vroeger droomde ik ervan om rond de wereld te zeilen. Nu ben ik vooral blij met een werkelijk uitgevoerd fietstochtje langs de Vecht met mijn kinderen. Wat niet betekent dat ik niet meer droom van verre reizen naar verlaten gebieden.

Ik hoef maar het verslag van zo’n reis te lezen, of ik krijg zin om mijn biezen te pakken. In Zoektocht naar het paradijs schrijft Arita Baaijens over een tocht te paard die ze door Centraal-AziĆ« heeft gemaakt. Doel van haar reis is te ontdekken waarom bepaalde landschappen heilig zijn voor de mensen die er wonen, of er naartoe trekken. Ze probeert te ontdekken wat de kenmerken van zo’n landschap zijn, door om het Altai-gebergte te reizen. Wat ze ontdekt is vooral het effect van het landschap op haarzelf. Tijdens het lezen verlangde ik ernaar net zo’n reis te maken – een verlangen dat nergens op slaat, ik kan niet eens paardrijden.

Op mijn kampeermatje las ik Sylvain Tessons Ongebaande paden, over een voettocht door Frankrijk, waarbij hij zoveel mogelijk over onverharde paden loopt. Een reis die qua uitvoerbaarheid een stuk dichter bij mijn vermogens ligt, en waarvan het verslag dezelfde romantische verlangens in me wakker maakt als de tekst van Baaijens. Tessons reis heeft ook een doel, en dat moet ook wel bij zulke teksten. Of het nodig is om zo’n reis te volbrengen, als motivatie voor de reiziger, weet ik niet, maar voor de lezer is het in elk geval fijn om een stuwende kracht in het verhaal te hebben.

Doel van Tessons tocht is zijn revalidatie. Na een val is hij ernstig gewond geraakt en in plaats van te revalideren in een kliniek, besluit hij te voet Frankrijk over te steken. Tessons stijl is een stuk romantischer dan die van Baaijens. Hij zoekt de onverharde paden, hij zoekt een Frankrijk dat misschien wel nooit heeft bestaan en hij moppert continu op alle vooruitgang, van internet tot ruilverkaveling.

Ik ben er nog niet uit welk boek ik als tekst het sterkste vind. Dat hoeft natuurlijk ook niet, het is geen wedstrijd. Baaijens schrijft behoorlijk nuchter, met af en toe lelijke zinnen, maar die nuchtere blik op de wereld herken ik wel en is denk ik ook wat voor mij (en voor haarzelf) zorgt dat Zoektocht naar het paradijs geen zweverig boek is.

Tessons nostalgische verzet tegen alles van de EU tot het journaal, begon me op een gegeven moment te ergeren. Maar dat maakt zijn verslag voor mij ook het menselijkste, of in elk geval het persoonlijkste. Ik ben het vaak niet met hem eens, maar heb Ongebaande paden met plezier gelezen.

En erbij weggedroomd. De hang naar buiten zijn, naar ontsnappen uit het dagelijks bestaan is voor iedereen voorstelbaar. En zelfs het fietstochtje langs de Vecht dat ik met mijn kinderen heb gemaakt, heeft het vermogen je te laten ontsnappen. Traag fietsend – mijn jongste is zes, zijn wielen zijn klein – lieten we het tempo van de rest van de wereld achter ons. ’s Avonds sloegen we ons tentje op bij een oud fort, aten we knakworsten en dronken er water bij dat extra lekker smaakte omdat je er zo ver voor moest lopen.

De volgende ochtend haalde de wereld ons weer in. Mijn echtgenote bracht croissants langs voor de verjaardag van onze oudste en wilde niet wachten tot we de tent hadden ingepakt en we samen konden opbreken – ze moest naar haar werk, het dagelijks bestaan van iedereen om ons heen ging gewoon door.

Maar wij waren toch even ontsnapt.