Tagarchief: Hilary Mantel

Na Wolf Hall

Bringing up the bodies is het vervolg op Wolf Hall. Het gaat over dezelfde mensen, dezelfde periode in de Engelse geschiedenis, dezelfde soort gebeurtenissen. Toch vind ik het een heel ander boek. En daar zijn twee redenen voor.

De eerste is dat Mantel aan het begin van Bringing up the bodies moet kiezen: Ga ik door in dezelfde hier-en-nustijl van Wolf Hall, zonder uitleg, terugblikken of vooruitblikken? Of kom ik de lezer tegemoet die dit boek leest zonder eerst Wolf Hall gelezen te hebben, door af en toe samen te vatten, toe te lichten?

Mantel kiest voor het laatste, en dat levert zinnen op als deze (over Thomas Cromwell, de hoofdpersoon): ‘Some say he came up with the Boleyns, the queen’s family. Some say it was wholly through the late Cardinal Wolsey, his patron; Cromwell was in his confidence and made money for him and knew his secrets.’

Heb je Wolf Hall gelezen, dan weet je dat allemaal al. Op zich niet zo erg kun je denken, de lezer krijgt in compacte vorm wat functionele informatie – maar met Wolf Hall in mijn achterhoofd, miste ik het de directe, dicht-op-de-huidstijl van dat boek. Een ander voorbeeld: beide boeken zijn in de derde persoon geschreven, maar in Wolf Hall is dat perspectief zo persoonlijk, dat steeds duidelijk is dat met ‘he‘ Cromwell wordt bedoeld. In Bringing up the bodies moet Mantel dat veel vaker benoemen, je krijgt dan: ‘He, Cromwell, says…’ enz. Ik vind dat jammer.

Naast deze stilistische verschillen, is er ook een verschil in inhoud. Dat correspondeert overigens met die stijlkeuzes, zoals je van een goed boek mag verwachten. Wolf Hall gaat over Thomas Cromwell. We zien de wereld door zijn ogen, als jongen die door zijn vader wordt mishandeld, als man die zijn vrouw en kinderen verliest, als vertrouweling van kardinaal Wolsey, die hij trouw wil blijven maar van wie hij tegelijkertijd afstand moet nemen wil hij zijn ambities kunnen waarmaken. Dat psychologische drama en de directe stijl, maken Wolf Hall zo verfrissend als roman over een zeer bekende historische periode.

In Bringing up the bodies neemt die geschiedenis toch wat de overhand. Het boek gaat over de val en uiteindelijke executie van Anna Boleyn, en dat is natuurlijk ook een spectaculair drama, maar het personage Cromwell wordt meer een doorgeefluik voor deze gebeurtenissen, dan het onderwerp van het drama zelf.

Er komt nog een derde deel. Uiteindelijk is ook Cromwell zelf op het schavot beland. Ik ben heel benieuwd naar dat boek, naar het personage van Cromwell in zijn laatste jaren, en naar de stilistische keuzes die Mantel zal maken bij het vertellen van dat verhaal. De eerste twee boeken zijn in elk geval een hard act to follow.

Uitstapje 2

Samen met John Le Carre’s The Russia House kocht ik Hilary Mantels Wolf Hall. Ik had veel goeds over het boek gehoord, maar had het nog niet gelezen. Historische romans zijn voor mij toch een beetje verdacht. Ik heb geschiedenis gestudeerd en in zulke romans wordt het verleden me te vaak geïdealiseerd; zelfs als het niet veel rooskleuriger of romantischer wordt voorgesteld dan het was, wordt het vaak wel erg afgestoft, zoals sommige gebouwen over-gerestaureerd worden. Teruggebracht in de oorspronkelijke staat heet dat dan, maar wat is de oorspronkelijke staat van een vierhonderd jaar oud gebouw? Ik zie liever de sporen van dat hele verleden.

Een overdaad aan decor en uitleg maakt boeken volgens mij niet beter, maar dat geldt niet alleen voor romans die in het verleden spelen. Bij Mantel hoef je daar in elk geval niet bang voor te zijn. Wolf Hall is consequent uit het perspectief van de verteller geschreven, Thomas Cromwell, een straatjongen die uitgroeit tot eerste minister van Hendrik VIII – die van de zes vrouwen en de Anglicaanse kerk. Mantel schrijft in de derde persoon, maar het is een zeer persoonlijk perspectief, het leest eigenlijk als eerste persoon – Cromwell wordt in het hele boek aangeduid met ‘he‘, zelden met zijn naam, en nooit is het verwarrend wie met ‘he’ bedoeld wordt. Ook Mantels keuze voor de tegenwoordige tijd brengt het boek erg dicht bij de lezer. Er wordt niks uitgelegd, nergens vooruitgeblikt, en die afwezigheid van stiekeme geschiedenislessen werkt perfect.

Door Mantels strakke keuze voor de belevingswereld van één personage, van één mens, doordat ze je mee laat leven met diens verlies en geluk – de dood van zijn vrouw en dochters, het genoegen van een promotie ten koste van een rivaal – moest ik bij het lezen van Wolf Hall vaak aan Shakespeare denken, en nooit aan een oude geschiedenisleraar op zijn vertelstoel. En dat is een heel, heel grote aanbeveling.