Tagarchief: Concertgebouworkest

Mahler

Een jaar geleden hoorde ik voor het eerst muziek van Mahler. Ik had die middag geholpen bij een feest met dertig stuiterende kinderen, was laat en moest rennen om op tijd in het concertgebouw te zijn. Mijn plek was de goedkoopste in de zaal, ik kon het podium alleen zien door steeds links of rechts langs een paal te kijken. En naast me zat een man zo zwaar te ademen dat ik bang was dat hij erin zou blijven.

Toch was het eenvoudig me op de muziek te concentreren. Het was de zevende symfonie, het Lied der Nacht, gespeeld door het Concertgebouworkest onder leiding van Mariss Jansons. Die avond heeft Mahlers muziek me gegrepen en niet meer losgelaten, niet in de laatste plaats door Jansons, die ervoor zorgde dat ik elk instrument hoorde, dat alle klanken gedefinieerd werden, en die tegelijkertijd dat alles in samenhang liet gebeuren, één orkest, één symfonie, één idee.

Afgelopen vrijdag was ik opnieuw naar een uitvoering van Mahler, ditmaal de tiende symfonie, door het Nederlands Philharmonisch onder leiding van Marc Albrecht.

Die tiende heeft Mahler nooit helemaal zelf voltooid, hij stierf terwijl hij ermee bezig was. Er zijn puristen die dan ook alleen het eerste van de vijf delen willen uitvoeren, het enige dat Mahler zelf heeft georkestreerd. Ik begrijp dat niet zo goed. De versie die door Cooke is afgerond – veel meer dan de muziek die er lag, geschikt maken voor uitvoering door een orkest heeft hij niet gedaan – is absoluut Mahler. Het concept van die symfonie is volledig aanwezig in wat je hoort en het hele werk heeft die voor mij typisch Mahleriaanse kwaliteit van muziek die (abstracte) ideeën uitdrukt, en die geheel eigen stellaire klank waardoor je het universum lijkt te horen.

Wat ben ik blij dat Albrecht er geen bezwaar in ziet de hele symfonie uit te voeren – wie zou deze muziek nu niet willen horen?

Albrecht en het NedPho speelden voor de zomer een prachtige negende van Mahler, en nu dus de tiende. Dit keer zat ik vrij ver vooraan, en voor het concert begon keken een van de violisten en ik elkaar een tijdje aan. We herkenden elkaar, en zij wist meteen mijn naam, haar mond vormde de twee lettergrepen, overduidelijk ondanks de afstand. Even voelde ik mij ongemakkelijk, want hoe heette zij ook alweer?

Voor het eind van het concert wist ik het weer: Mascha van Sloten. Ik moest er ver voor terug gaan, naar de dorpen in Groningen waar we opgroeiden, naar de jaren dat mijn leeftijd nog maar één cijfer had.

En zo kwam alles bij elkaar. Ik heb Mahler laat ontdekt, en door die ontmoeting met iemand uit mijn jeugd, kwamen niet alleen uitvoerend artiest en publiek een moment samen, maar is deze muziek waar ik zo van hou, verbonden met mijn jonge jaren, alsof Mahler toch altijd aanwezig is geweest in mijn bestaan.