Papier, vlees, bloed

‘Boeken zijn je vrienden.’ Of mijn vader dat ook zei, weet ik niet meer. Het is vooral mijn moeders stem die ik hoor. Ik sta in de kamer die we de bibliotheek noemden, donkere houten kasten tegen twee wanden, gevuld met boeken. Een jaar of negen moet ik zijn.

Wie had er nu in ’s hemelsnaam een bibliotheek in huis? En noemde zo’n ruimte dan ook nog zo? Overigens onderscheidde die bibliotheek zich al snel niet meer van de andere kamers in huis, die ook door boeken werden overwoekerd. Als eerste het atelier van mijn moeder, waar het aanrechtje uit verdween en de toevoer van daglicht ook, doordat er boekenkasten voor de ramen verschenen. Later volgde de woonkamer en uiteindelijk kreeg zelfs de badkamer zijn eigen boekenplank. Om een al te verheven indruk te vermijden, het was niet enkel literatuur op die planken. Er zaten – en zitten nog steeds, mijn ouders doen geen boeken weg, vrienden immers – titels tussen als: Knutselaktiviteiten voor kommunistiese jeugdgroepen; Het light en sexy lifestyleboek; Het aanzien van 1981 en stapels Agatha Christie’s. (Maar ook Duitstalige monografieën over laat-Middeleeuwse Vlaamse schilderkunst met enkel heel kleine zwart-wit afbeeldingen van de beschreven schildrijen. En Das Kapital. Die van Marx, niet van Piketty. Ook in het Duits.)

Jaren later kreeg ik een vriendinnetje dat het maar zielig vond klinken, dat ‘boeken zijn je vrienden.’ Ik had er nooit bij stilgestaan dat je het zinnetje ook zo kon interpreteren, ik had nooit gebrek aan vrienden van vlees en bloed om mee te spelen en toen ik ouder was mee te drinken en cannabis te roken.

Niet alle boeken waren even goede vrienden. In tijdnood voor mijn mondeling Nederlands op de middelbare school, vroeg ik mijn moeder een paar verhalen van Biesheuvel voor me te lezen. Met pijn in haar hart zette ze een mes in de rug van het boek, gaf mij de voorste helft van In de bovenkooi en nam zelf de andere. Na een paar verhalen kon ze geloof ik wel leven met deze vriendenmoord. Op mijn mondeling heb ik geen enkele vraag over deze verhalen gekregen trouwens, er waren interessantere boeken om over te praten, zoals Van de koele meren des doods (dat ik nooit gelezen heb).

Ik haal deze herinneringen niet zomaar op. De uitspraak: ‘Boeken zijn je vrienden’ heeft wel degelijk betekenis voor mij. Je kunt een diepere, een meer geestelijke connectie maken met een boek dan met een levend mens – en zo misschien, via die omweg van de tekst, tóch met een mens, de mens die dat boek heeft geschreven. Of althans met dat deel van die mens die dat heeft gedaan. Bij een boek dat je raakt (of een muziekstuk, of een schilderij) lijkt er dan toch sprake van een universeel, of in elk geval deelbaar, herkenbaar begrip van de menselijke ervaring.

Laatst had ik een afspraak met vrienden. We aten, we spraken – althans, dat probeerde ik. Maar de avond bestond vooral uit flauwe grappen maken. Ik dronk niet, zij wel, hoe dan ook, ik kan dat niet. Natuurlijk is het ook waardevol, flauw met elkaar doen, inhoudsloos, maar wel gemeenschappelijk ouwehoeren, dat begrijp ik, maar ik vat die grappen gewoon niet. Ik kan ze niet maken, ik kan ook niet echt om ze lachen.

Kom ik nooit een boek tegen waar ik me niet in herken? Waar ik niet in mee kan, dat niet aansluit? Natuurlijk wel. En zo’n boek klap ik dicht en leg ik weg. Anders dan mijn ouders, dóe ik het ook echt weg. Maar met vrienden van vlees en bloed wil ik dat niet. En misschien is dat dan toch het treurige, niet dat ik geen vrienden heb, maar dat ik hen nooit zo dicht zal kunnen naderen, dat ik nooit dezelfde mate van geestelijke connectie met hen zal ervaren in ons onderlinge contact, als bij het lezen van een oorspronkelijke roman.

8 gedachten over “Papier, vlees, bloed

  1. Pingback: Literair weerwoord – Matthijs Eijgelshoven

  2. Myra Romer

    ‘Boeken zijn je vrienden en vrienden vouw je niet,’ sprak soeur Consortia altijd deftig en, al bij het geringste vermoeden van een ezelsoor in een boek, trok ze gelijk venijnig aan het oor van het kind achter dat boek. Wellicht dacht ze, wanneer je dom (—) bent als een ezel, mag er aan je ezelsoren getrokken worden. Ik zat op een ‘nette’ lagere school bij de witte zusters van Roosendaal, het Sint Martinus Gesticht, waar ons vol gloed verteld werd over Sint Martinus die zijn zwaard nam en zonder aarzelen zijn mantel in twee stukken sneed, de ene helft gaf hij de arme man, de andere hield hij zelf, maar een boek doormidden snijden, nee.
    Je kwam thuis, een beetje sneu. Scheidingen leken bijna aan de orde van de dag, ook de ouders van een vriendje van je gingen scheiden. Bezorgd vroeg je me, ‘Gaan jullie ook scheiden?’
    ‘Beslis niet Matthijs, ik moet er niet aan denken dat ik alle boeken doormidden moet snijden.’

    Like

  3. Pierre Eijgelshoven

    Claustrofobisch wil ik dat niet noemen. Eenzaam wel, maar wat is daar tegen. Eigenlijk kun je pas met iemand contact hebben over een roman die je gelezen hebt als de ander die ook heeft gelezen. Althans dat is mijn ervaring.

    Like

  4. Pierre Eijgelshoven

    … dat ik nooit dezelfde mate van geestelijke connectie met hen zal ervaren in ons onderling contact, als bij het lezen van een oorspronkelijke roman. Zelf heb ik bij het lezen alleen contact met mezelf. Verplaats me in de personen of in het landschap. Na jaren weet ik niet meer precies waar een boek dat me getroffen heeft precies over gaat. Maar ik ken wel de namen van de schrijvers en de situatie waarin ik de roman las. En ik kan het gevoel en de emotie oproepen die ik had bij het lezen. Nu ik dit schrijf denk ik aan ‘ Salka Valka’ van Laxness, gekocht en direct gelezen als tegenhanger van de bestsellerritus. Aan ‘Voetballen in 1860’ van Ohe, waarover ik met Frans Oostrum , die 25 jaar in Japan is geweest, heb gepraat. Aan ‘ De opwindvogelkronieken’ van Murakami, dat ik las op de porch bij oma Thema op Curaçao. Aan ‘ De eenzaamheid van priemgetallen’ , dat mij trof door de voor elkaar onbereikbare personen en waarvan ik de verfilming een afgang vond,over delen met vrienden gesproken. Aan ‘ Het boek van de kinderen’ van Byatt , dat ik in het Nederlands las. Met veel liefde denken ik terug aan ‘ The sense of an ending ‘ van Barnes en aan ‘ Wish you were here’ van Swift. Je hebt gelijk, nooit dezelfde mate van geestelijke connectie… maar komt dan vooral ook niet omdat zoals ik hierboven zei dat je bij het lezen alleen contact hebt met jezelf , zelf niet met de schrijver.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s