Astrid Roemers ‘heerlijke jaren’

Over Lijken op liefde van Astrid Roemer

Lijken op liefde: de titel blijft me bezighouden, met de vragen die hij oproept en die ik niet van een sluitend antwoord kan voorzien – wat vooral aantoont dat het een goede titel is. Tijdens het lezen van het boek, denk ik toch vooral aan échte liefde. Als de relatie tussen Cora en Herman dat niet is, wat is dan wel liefde?

Aan de andere kant, Herman verbergt een belangrijk deel van zijn leven voor Cora, probeert haar wellicht te beschermen tegen de waarheid, als een ouder een kind, en kun je dan nog spreken van echte liefde, tussen twee gelijkwaardige mensen? Of betekent de titel juist dat als iets zoveel op liefde lijkt, het dan ook wel echt liefde moet zijn? Of, ook een optie, slaat de titel vooral op de andere personages, op de gevoelens van Onno en meneer Crommeling voor An Andijk, of die van Michael Mus voor Onno?

Goede schrijvers zijn vrij, in hun taalgebruik, de vorm waarin ze hun verhaal gieten, hun stijl – ze doen met hun tekst wat ze willen. Roemer gebruikt die vrijheid volledig. Dat doet ze in de structuur en de perspectieven in Lijken op liefde. Het boek bestaat uit vijf delen in de derde persoon, verleden tijd, over Cora’s leven met Herman en haar queeste naar de toedracht van de moord op An Andijk, en uit een aantal korte passages tussen die delen, in de eerste persoon, tegenwoordige tijd, waarin Cora tijdens haar reis direct aan het woord is. Aan de lezer om te bedenken wat die verdeling betekent – of om zich er gewoon door te laten meenemen.

Roemer schuwt de plotmiddelen niet, die goed de vaart in de roman houden – ik wilde in elk geval graag weten wat er nu precies was gebeurd en of Cora dat zou achterhalen. Maar uiteindelijk is het Cora die de tekst draagt, haar personage, haar groei tijdens haar reis. Zo lees ik een bijna whodunnit-achtig verhaal en een psychologische roman ineen, en met beide typeringen doe ik Lijken op liefde eigenlijk tekort, want ik lees ook, misschien zelfs vooral, een boek over Suriname. Roemer verbindt historie en personen op een natuurlijke, onnadrukkelijke manier – ze geeft geen geschiedenislesjes tussendoor, zoals sommige schrijvers misschien geneigd zouden zijn te doen – en laat zo zien hoe het in de Surinaamse maatschappij vrijwel onmogelijk is om  je ‘erbuiten te houden’. En daarmee heeft ze een sterk en oorspronkelijk boek geschreven.

Een bekend motto bij schrijfcursussen en dergelijke is ‘show, don’t tell‘ – ik heb dat zinnetje regelmatig tegen mezelf herhaald en er zeker weleens een scène levendiger door gemaakt. Maar zulke kreten kunnen ook vreselijk beperkend zijn. Roemer ziet er in elk geval geen been in iets te vertellen over Cora’s achtergrond wat zij nuttig vindt, maar waar ze geen aparte scènes aan wil wijden. Zo vertelt ze in een halve bladzijde hoe Cora als jonge vrouw naar Paramaribo gaat: ‘Ze was bij die familie terechtgekomen op aanbeveling van de directrice van de Huishoudschool…,’ waarbij ze functionele uitleg niet schuwt: ‘Paramaribo was ook in die tijd voor districtskinderen ver weg en haar vader was haar “binnendoor” zelf gaan brengen om de familie met “zijn eigen ogen te zien”.’ En dan duidt ze in een paar woorden hoe die periode voor Cora is geweest: ‘Maar het waren heerlijke jaren geworden.’ Veel vertellen, uitleggen, duiden in deze passage, totaal in tegenstrijd met het motto dat ik aan het begin van deze alinea heb geciteerd, maar een zeer effectieve opstap naar de volgende zin: ‘Nog steeds begrijpt ze niet waarom juist toen Herman in haar leven is verschenen.’

Waarom sta ik zo stil bij die vrijheid die je als schrijver kunt nemen? Ligt dat niet erg voor de hand? Je schept je eigen kunstwerk, waarom zou je je beperken in vorm of inhoud? ‘In de beperking toont zich de meester,’ wordt weleens gezegd. Stiekem ben ik het daar niet mee eens, die beperking is vaak een prettig houvast, iets wat je richting kan geven – want volledige vrijheid is óók de vrijheid om de verkeerde stilistische keuzes te maken, is óók de vrijheid om een slap verhaal te vertellen. Maar als je iets oorspronkelijks wilt maken, als je een eigenzinnig kunstwerk wilt maken – en waarom zou je anders een literair werk schrijven? – dan moet je boven die beperking uitstijgen, en een oubollige zin als: ‘Maar het waren heerlijke jaren geworden,’ die moet je dan maar voor lief nemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s