Vliegtuig

Thuislanden 3: over mijn zoektocht naar een verloren vliegtuig in de Groningse weilanden

Een paar weilanden verwijderd van Noordhorn ligt Den Ham, een gehucht van twee straten waar ik als jongen regelmatig naartoe sjouwde, door die weilanden. Tegenwoordig ligt er een fietspad, aangelegd met steun van een EU-fonds voor de ontwikkeling van grensregio’s, in dit geval die van Nederland en Duitsland. Alleen ligt het Westerkwartier helemaal niet aan de Duitse grens, maar aan de Friese.

Over dat fietspad wandel je in een halfuurtje naar Den Ham. Wij deden er vroeger veel langer over. Onderweg maakten we jacht op Duitse soldaten, of we waren juist voor ze op de vlucht. We waren Amerikaanse troepen die deze dorpen kwamen bevrijden, en camoufleerden ons met het pas gemaaide gras daar klaarlag om tot hooibalen verwerkt te worden. We renden weg voor de boer; we jutten elkaar op om het weiland met de stier erin over te steken; we doken weg achter de Spanjaardsdijk, vanwaar we met onze houten mitrailleurs de vijand bestookten.

De bekroning van het avontuur was als we aankwamen in Den Ham, want daar stond een vliegtuig, vierpersoons, aluminium, met propeller, zomaar op het erf naast een oud huis, tussen de verroeste tractoren. In het Groningse landschap was verder geen spoor van luchtvaart te bekennen, er waren alleen een kanaal, koeien en schapen.

Dat vliegtuig speelt een rolletje in mijn nieuwe roman, Ochtend op Denmark Hill (verschijnt begin 2018). Een piepklein, minuscuul rolletje, één alinea, maar het leek me een goed idee om ernaartoe te wandelen, te kijken of ik het nog kon vinden of, als het er niet meer was – wat goed zou kunnen, het was tenslotte meer dan dertig jaar geleden – om de plek terug te zien waar het gestaan had. Ik weet niet waarom ik dat nodig vond, het had iets te maken met  bevestiging, willen weten dat het echt geweest was, dat die herinnering geen verzinsel was – dat ik de waarheid sprak.

Een van de meest opvallende dingen aan groot worden is hoe klein de rest van de wereld wordt. Nu ik weer door het land liep, over het fietspad dit keer, had ik een verbazingwekkend overzicht. Ik zag Den Ham al bij vertrek  liggen, zag het kanaal rechts van me, de toren van Oldehove links, ik zag waar de Spanjaardsdijk door het land snijdt en ik zag elke boerderij waar ik onderweg langs zou komen. Een paar keer zakte ik door mijn knieën, om de omgeving uit het perspectief van een tienjarige te bekijken, maar ook dan zag ik veel meer dan ik vroeger. Het is niet alleen de ooghoogte die het verschil maakt, je kunt je wereld niet meer zo begrenzen, enkel van zo dichtbij bekijken als een kind.

Den Ham was anders dan ik me herinnerde, al leek het niet alsof er veel was gebouwd of afgebroken in al die jaren. Op het kruispunt van de twee straten stond een boom die er zeker moet hebben gestaan toen ik er als kind kwam, maar die ik niet herkende. Het erf waar het vliegtuig op stond, kon ik niet meer vinden.

Was het vliegtuig er echt geweest? Had ik er met mijn vrienden in gespeeld, hadden we op de oude stoelen gezeten, onze handen op de stuurknuppel?

Ik liep het tweede straatje in. Bij de keerlus aan het uiteinde lag een kerkje, dat me vroeger nooit was opgevallen. Tussen de oude graven op het kerkhof kwam ik de enige andere persoon tegen die op deze winderige dag buitenshuis te vinden was. Ik vroeg haar naar het vliegtuig. Ze wees naar de hoofdweg. ‘Het stond daar, waar nu die nieuwe loods staat.’

En nu zit ik dus met twee werkelijkheden. Het vliegtuig, dat er echt geweest is, waar ik met mijn vrienden in heb gezeten, en dat in mijn gedachten veel meer verstopt was, ergens om een hoek stond, niet open en bloot aan de hoofdweg . En ik zit met die nieuwe loods, die er ook echt staat, op een erf dat veel te klein lijkt voor de plek die ik mij herinner.

Maakt het uit, die werkelijkheid? Ochtend op Denmark Hill is een roman. Maar voor mij is verbeelding iets anders dan fantasie. Literatuur heeft een connectie met de werkelijkheid, een problematische misschien, in elk geval een die mij blijft bezighouden. Ik heb er eerder over geschreven, over Palmens Jij zegt het en Brouwers’ Bezonken rood, en ik beloof nog een keer te schrijven over Charlotte Mutsaers’ Koetsier herfst en Oostende.

Hoe dan ook, ik was blij dat ik de scène waarin de herinnering aan het vliegtuig voorkomt, al had geschreven.

Een gedachte over “Vliegtuig

  1. Oscar

    Volgens sommige hoor je niet te praten over wat je aan het scrijven bent….volgens sommigen. Literatuur is het leven zelf. ” What’s done is done”. Werkelijk literatuur wekt de mens tot leven. Van letter, woord, zin, alinea, hoofdstuk, roman wordt het universum geschapen. De pen blijft de mooiste strijkstok, woorden de mooiste noten en romans de mooiste partituren. Vliegtuigen komen vliegtuigen gaan het woord was, is en zal altijd blijven. De schrijver schrijft wat er altijd al is geweest en lag te wachten om verteld te worden.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s