Het tempo van de dirigent

Over Jeroen Brouwers Bezonken rood en Antonín Dvořaks negende symfonie

Een paar weken terug luisterde ik in het Concertgebouw naar het Radio Filharmonisch Orkest dat de negende symfonie van Dvořak speelde. De uitvoering was mooi. Nergens klinkt een hoorn zo vol als in die grote zaal; het bekende thema in het Largo kwam met een haast wellustige droefheid uit de althobo; tegen het einde hoopte ik dat de muziek nooit zou ophouden.

Toch spookte tijdens het concert de uitvoering van Rafaël Kubelik met de Berliner Phliharmoniker door mijn hoofd en miste ik de volle heimwee, de tragiek van de emigré, de verbannene, de ontwortelde die de versie die ik op cd heb zo intens gedreven maakt.

Maar is dat ook zo? Hoor ik werkelijk die melancholie, die droefenis, die ervaring van Kubelik zelf in die opname? Kubelik, een Tsjech, net als Dvořak, was het communistische regime ontvlucht. Dvořak zelf was vrijwillig in de Verenigde Staten toen hij deze symfonie met de bijnaam ‘uit de nieuwe wereld’ schreef, maar hij miste zijn thuisland. Allemaal informatie die je vindt in het boekje bij de cd.

Hoe subjectief is kunstervaring? Draagt mijn kennis over de werkelijkheid bij aan de sensatie die de muziek in mij opwekt? Of hadden tempo van de dirigent en klankkleur van het orkest, ook zonder die kennis, op mij hetzelfde effect gehad, en intensiteit, gedrevenheid, melancholie en verlies geademd?

In 1980 publiceerde Jeroen Brouwers Bezonken Rood, een behoorlijk genadeloze roman over een kleine jongen en zijn moeder in een jappenkamp. De roman ontleedt de sadistische gedrevenheid van de mens en de onverschilligheid, de apathie waarmee we ons daartegen kunnen wapenen, die in zulke omstandigheden wellicht onze enige mogelijkheid tot overleven is.

‘Een naakte vrouw moet op handen en knieën door de straten kruipen, ze heeft een touw om haar nek dat door de Jap, die achter haar loopt, wordt vastgehouden. Als zij uitwerpselen tegenkomt wordt zij gedwongen daar als een hond aan te ruiken. De Jap slaat met een stok op haar rug … De Jap trapt haar met zijn spijkerlaars in haar kruis. Met nog een paar andere kinderen loop en huppel ik mee, schaterend bij het zien hoe de vrouw met haar gezicht in een hoop drek wordt geduwd. Uitzinnig gonzend pakken de vliegen zich samen op haar gezicht en kaalgeschoren hoofd en op de bloedende plek tussen haar benen waar de Jap haar blijft trappen.’

Na publicatie ontstond er een flinke discussie over de vraag of Brouwers de boel niet te zwaar had aangezet. In het kamp waar hij met zijn moeder had vastgezeten, zou het er minder heftig aan toegegaan zijn. Voorbeelden als dat hierboven zouden uit andere kampen komen.

Had Brouwers de boel bedrogen? Maar het boek is een roman. En is die roman minder goed, zijn de zinnen minder krachtig, is de compositie minder sterk, het thema minder aangrijpend, als de voorvallen in het boek niet allemaal door Brouwers zelf zijn beleefd of gezien?

Wordt kunst beter of slechter door zijn relatie met de werkelijkheid?

Een vraag die ik me ook stel bij Connie Palmens Jij zegt het – in een volgend bericht.

4 gedachten over “Het tempo van de dirigent

  1. Pingback: Vliegtuig | en de wereld ... en de tekst

  2. Myra Romer

    De vraag ‘wordt kunst beter of slechter door zijn relatie met de werkelijkheid?’ las ik onder het drinken van een kop koffie tijdens een onderbreking van het afstoffen van mijn boekenkasten. Een bezigheid die bij mij, ondanks mijn vele voornemens om door te werken ettelijke dagen kost, want ik krijg het niet over mijn hart elk boek na het afstoffen direct dicht te slaan zonder zo nu en dan een passage die mij ooit geboeid heeft weer eens te lezen. Zo sta ik stil bij ’t Hart, en denk nu, had ik maar niet gegoogled, de foto’s zijn helder en duidelijk, maar weg zijn de beelden die mijn ogen mij voortoverden bij het horen van de klanken: fitis- geelgors-goudvink-ortolaan-groenling.

    Liked by 1 persoon

  3. oscar römer

    Heeft Asimov echt door de ruimte gevlogen? Heeft Shakespeare Midsummer night’s dream niet uit zijn duim gezogen? Je hoeft niet te hebben gezien om profeet te zijn. Ook een dove kan zijn negende zeer overtuigend componeren. Literatuur is kunst!

    Liked by 1 persoon

    1. matthijseijgelshoven Berichtauteur

      Zeker! Maar wint Beethovens negende voor mij aan betekenis, krijgt de symfonie en extra laag, als ik wéét dat Beethoven doof was toen hij hem componeerde? De vraag stellen is het antwoord geven: ja, natuurlijk. Maar wat zegt dat dan over de essentiële kwaliteit van het kunstwerk zelf, wat er sowieso in zit zeg maar, en over de mate waarin die kunstbeleving ontstaat bij de luisteraar/lezer? Hoort de omgeving va een kunstwerk, de wereld waarin het geproduceerd wordt, eigenlijk óók bij het kunstwerk? Zeker bij boeken als dat van Brouwers en Palmen is die link heel direct, maken de kunstenaars/schrijvers de wereld buiten hun roman een extra onderdeel van die roman, stoppen ze die laag er elf al in (die ik in het voorbeeld van Beethoven zelf toevoeg). Hoe fluïde zijn kunstwerken dan, als ze tot stand komen in een bepaalde tijd, op een bepaalde plek, maar gewaardeerd worden in andere tijden en op andere plaatsen? En luisteren jij en ik naar dezelfde negende van Beethoven als we naast elkaar in de zaal zitten?

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s