Verklaring betreffende de toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur aan Bob Dylan

Overwegende dat:

  • de Nobelprijs eigendom is van de Nobelstichting en dat deze stichting de bevoegdheid om de prijs toe te kennen heeft belegd bij de Zweedse Academie, waarbij op voornoemde academie geen enkele verplichting rust om schrijvers, dichters, lezers, recensenten, literatuurwetenschappers, uitgevers of anderen te raadplegen alvorens de prijs toe te kennen, noch zich door hun overwegingen te laten leiden;
  • de leden van de Zweedse Academie allen individuen zijn met een unieke persoonlijke geschiedenis, eigen opvattingen, eigen voorkeuren en een eigen verzameling aan indrukken van boeken, kunstwerken, muziekstukken enzovoort;
  • ik geen lid ben van de Zweedse Academie;

acht ik:

  • geen enkel ander individu dan de leden van de Zweedse Academie bevoegd tot, gerechtigd tot, dan wel op enige andere wijze betrokken te zijn bij, het toekennen van de Nobelprijs voor de literatuur;
  • de Zweedse Academie op geen enkele wijze een representant van het wereldwijde lezerspubliek – indien zoiets al bestaat – noch van de literaire wereld – die zeker niet bestaat, of toch tenminste paradoxaal van aard is, literatuur zijnde een uitingsvorm van de verbeelding, de wereld zijnde, welnu, de wereld – waarbij ik de lezer van deze tekst uitnodig een moment te reflecteren op de titel van dit weblog;
  • mezelf op geen enkele wijze bevoegd tot het nemen van, dan wel betrokken te zijn bij, de beslissing aan wie de Nobelprijs voor de literatuur wordt toegekend;

op grond waarvan ik concludeer dat:

  • alle commentaren van anderen dan de leden van de jury, in het onderhavige geval leden van de Zweedse Academie, omtrent de juistheid van de toekenning van de prijs, volkomen irrelevant zijn;
  • de toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur, en bijgevolg van alle andere door een jury toegekende prijzen voor de literatuur, niets zegt over de intrinsieke literaire kwaliteit van het werk waarvoor de prijs wordt toegekend, doch enkel iets over de mate waarin het bekroonde werk een snaar heeft geraakt bij een X-aantal lezende individuen (anders dan bij door het publiek toegekende prijzen, die in het geheel niks met het genomineerde werk hebben uit te staan, maar slechts een voortzetting in nauwelijks serieuzere vorm zijn van de competitie gangbaar op elke middelbare school om als populairste van de klas gezien te worden, en die dan ook enkel de grootte en de mate van schaapachtige volgzaamheid van het netwerk van de genomineerde auteurs meten);
  • het mij niet uitmaakt aan wie de Nobelprijs voor de literatuur wordt toegekend;

en waarbij ik achterblijf met de volgende vragen:

  • bestaat er zoiets als intrinsieke literaire kwaliteit van een werk en zo ja, is die kenbaar en vergelijkbaar, of is het discussiëren over de kwaliteit van het ene literaire werk boven het andere niets meer dan een vergelijking van de per definitie subjectieve bagage van verschillende lezers (afgezien van de vaststelling dat in sommige gevallen de kwaliteit  van de uitvoering te wensen overlaat, maar dat betreft enkel de afwerking, en niet de essentie van een werk) ?
  • had Matisse gelijk en is alle competitie in de kunst volkomen zinloos ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s