Waarom weet ik dat die jas daar hangt?

Over Surfacing van Margaret Atwood

Verontrustend, intiem, dierlijk – Margaret Atwoods Surfacing trekt je de geest van haar hoofdpersoon in, een ontmoeting die mij nog lang bij zal blijven. Dat effect bereikt ze door haar stilistische keuzes, bijvoorbeeld door ons te vertellen over een jas.

Een jonge vrouw vertrekt met een aantal vrienden naar het woeste noorden van Canada om haar vermiste vader te zoeken. Ze bivakkeren een tijd op het verlaten eiland waar haar ouders op hebben gewoond. In de kamer waar de hoofdpersoon met haar vriend slaapt, hangt een jas aan een stok, een oude, leren jas.

‘Below the pictures at the foot of the bed there’s a grey leather jacket hanging on a rail. It’s dirty and the leather is cracked and peeling,’ schrijft Atwood.

Niet alleen schrijft ze het op, ze heeft het ook laten staan. Als ik werk, beschrijf ik kamers, landschappen, auto’s, kleding. En als ik een eerste versie van verhaal of roman geschreven heb, dan sloop ik al die beschrijvingen er weer uit. Ik heb ze nodig tijdens het werken, maar daarna hebben ze hun functie verloren; de lezer weet zelf heel goed hoe een slaapkamer eruitziet, of een supermarkt, of een bos.

Dat weet Atwood natuurlijk ook best, dat de lezer dat zelf wel invult. Wie in Surfacing op zoek gaat naar uitgebreide landschaps- of interieurbeschrijvingen, komt dan ook bedrogen uit.

Waarom dan wel deze jas? Ik heb een beetje vals gespeeld met het citaat hierboven. Dit is hoe de alinea verdergaat: ‘I see it for a while before I recognize it: it belonged to my mother a long time ago, she kept sunflower seeds in the pockets. I thought she’d thrown it out; it shouldn’t still be here, he should have got rid of it after the funeral. Dead people’s clothes ought to be buried with them.

Het gaat niet om de jas, het gaat om haar moeder, een vrouw die zonnebloemzaadjes in haar jaszak bewaarde. En het gaat om het hoofdpersonage, een jonge vrouw die zich dit over haar moeder herinnert, en die vindt dat haar vader de jas van haar moeder na de begrafenis had moeten wegdoen – niet aan het verleden blijven hangen, denkt ze.

Atwood had het hier bij kunnen laten, maar de laatste gedachte zet de hoofdpersoon nog sterker neer – omdat hij zo intrigerend is. ‘De kleren van dode mensen moeten met hen begraven worden.’ Wat voor persoon heeft hier een opvatting over? Wie denkt hier überhaupt over na?

Wat een beschrijving leek, blijkt een blik in iemands geest. Ik heb een term bedacht voor dit principe, ik noem het: ‘observations cause thoughts’ (ik heb het nu eenmaal bedacht toen ik een Engelstalig boek las). En het is een goede richtlijn als je je afvraagt welke beschrijvingen je uit je werk moet snoeien, en welke je beter kunt laten staan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s