Het verkeerde gelijk van Shriver

Bij de opening van een literair festival nam Lionel Shriver het begrip ‘cultural appropration’ op de korrel, wanneer het gebruikt wordt om literaire fictie de maat te nemen. ‘Cultural appropriation’ slaat op het zich toe-eigenen door blanken van ervaringen, cultuur, uiterlijk et cetera van in het Westen gemarginaliseerde groepen. Het zou aan leden van die groepen zelf moeten zijn, om hun ervaringen voor in dit geval literatuur te gebruiken.

Shriver vreest dat terughoudendheid om zich andermans ervaring toe te eigenen, het einde betekent van literaire fictie. Want is de essentie van fictie schrijven niet juist het aannemen van andere identiteiten, het creëren van personages – met een afkomst die niet per se gelijk is aan de jouwe – en die personages gebruiken in dienst van het verhaal dat je vertelt?

Haar toespraak raakte een snaar, ook bij mij. Ik tweette hem meteen, met de woorden: ‘het gevaar van goede bedoelingen’.

Maar wiens goede bedoelingen? Die van activisten die het concept ‘cultural appropriation’ tot zijn uiterste conclusies doordenken en daarmee de literatuur beperkingen willen opleggen? Of die van Shriver, die het terrein van de fictie verdedigt en al doende een karikatuur maakt van de zorgen die achter de term ‘cultural appropriaton’ schuilgaan?

Ik begrijp de gevoeligheid van in ons land bijvoorbeeld Zwarte Piet. Niet dat ik er iets op tegen heb dat blanke mensen hun gezicht zwart verven en de sullige lolbroek uithangen met grappige zwarte accentjes en slavenkledij. Ik heb er eerder een probleem mee dat er geen Antilliaanse en Surinaamse feesten zijn waarop zwarte mensen zich ter vermaak van kleine kinderen blank verven en grappige blanke accentjes nadoen en zich hullen in blanke slavenkledij. En, o, wacht: ik heb er vooral een probleem mee dat er in onze geschiedenis nooit blanke mensen en masse in boten zijn gepropt, de Atlantische Oceaan overgescheept, en als slaaf verkocht. En hun kinderen, en de kinderen van hun kinderen, vierhonderd jaar lang.

Ik begrijp de gevoeligheid. Ik respecteer de woede. En ik vind dat de literatuur die gevoeligheid met de voeten mag treden en daar net als alle kunst volledig de ruimte voor moet krijgen.

Shriver maakt in haar betoog dezelfde fout als degenen die literaire fictie aanvallen met het begrip ‘cultural appropriation’ in de hand: ze plaatst maatschappelijke argumenten op hetzelfde niveau als artistieke. Ze haalt er zelfs het afgezaagde praatje bij dat we meer begrip voor elkaar krijgen door fictie te lezen. Maar in de kunst wegen artistieke argumenten – vaak mystiek, gevoelsmatig, dat is het hele punt – veel zwaarder dan maatschappelijke. Andere argumenten doen er niet toe, hoe redelijk en weldoordacht ze ook zijn.

Laten we wel wezen, het concept ‘cultural appropriation’ is geen gevaar. Daarvoor is de literatuur te sterk, die heeft zelfs de Sovjet Unie en het Derde Rijk overleefd.

Een ernstigere bedreiging voor fictie is een trend in de literatuur zelf: het ‘haakje naar de actualiteit’. Een trend waar Shriver volop aan meedoet – of in elk geval de marketingafdeling van haar uitgeverij –  met romans over een high school shooting en over haar broers leven met obesitas. Natuurlijk kan goede fictie verwijzen naar, aanhaken bij, spelen met de hedendaagse werkelijkheid. Maar als het enige frame voor de marketing van literatuur het ‘haakje’ blijft, dan is het met de fictie snel gedaan. Boerenwijsheid: als je steeds alleen maar één gewas verbouwt, wordt de grond schraal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s